Niemand vindt het logisch wanneer een filmrecensent een filmdoek onder een microscoop legt om te beoordelen hoe goed de film is. Hetzelfde geldt voor ons brein: door de fysiologische kenmerken van je hersenen te onderzoeken krijg je nog geen inzicht in je bewustzijn en hoe je jezelf en de wereld om je heen ervaart.  

Wat zorgt ervoor dat je die wereld kunt ervaren? En is die wereld een wereld die jij alleen ziet of is het een wereld die we allemaal hetzelfde zien? Volgens Yuval Noah Harari, de auteur van het boek Sapiens: A Brief History of Mankind, ontstond de drang om dergelijke mysteries van het leven te doorgronden al in de tijd van de Cognitieve Revolutie (70.000 jaar terug), toen wij mensen leerden praten. Die drang werd langzaam groter, maar kreeg pas echt een flinke duw toen we ons zo’n vijfhonderd jaar geleden realiseerden dat we na al die jaren nog steeds niet veel wijzer waren geworden. Die onwetendheid was de grootste motor achter de wetenschappelijke revolutie. Eén van de belangrijkste kwesties waarmee de wetenschap nog altijd worstelt is wat bewustzijn is, en hoe dit in vredesnaam tot stand komt door een paar elektrische stroompjes die tussen zenuwcellen in je hersenen lopen. Dankzij de vastberadenheid van generaties neurologen, psychologen, filosofen, biologen en scheikundigen hebben we inmiddels wel een dieper inzicht gekregen in de fysiologische werking van het brein, maar wat er inhoudelijk gebeurt weten we nu, vijfhonderd jaar later, nog steeds niet.

Meer dan honderd miljard zenuwcellen

Laten we eens kijken naar die elektrische stroompjes in ons brein. Wetenschappers hebben uitgevonden dat je hersenen chemische stofjes produceren die ervoor zorgen dat je zenuwcellen via specifieke verbindingen informatie overbrengen. Zo’n zenuwcel heet een neuron, en is een bijzonder soort cel gespecialiseerd in het ontvangen, verwerken en doorgeven van informatie. Neuronen vind je in je hele lichaam. Het precieze aantal neuronen in je hersenen is niet bekend, maar het wordt geschat op meer dan honderd miljard.

Die neuronen communiceren met elkaar via synaptische verbindingen (synapsen). Zo’n synaps, een raakpunt tussen twee zenuwcellen, geeft het signaal door dat wordt afgevuurd van de ene zenuwcel naar de andere. Dat gebeurt maar in één richting zodat de informatieoverdracht niet al te chaotisch wordt. Synapsen praten alleen met elkaar wanneer er geleidende chemische stofjes aanwezig zijn die de overdracht van een signaal mogelijk maken. Deze chemische stofjes heten neurotransmitters. Elke neuron produceert zijn eigen chemische stofje. Door de aanwezigheid van meer of minder neurons en neurotransmitters kan de neurale verbinding tussen de synapsen variëren in sterkte.

Jong geleerd

Door herhaling van een patroon (bijvoorbeeld wanneer je iets leert) zijn er meer neuronen die gelijktijdig informatie uitwisselen en hierdoor ontstaan niet alleen sterkere, maar ook meer onderlinge verbindingen. Die verbindingen vormen samen een neuraal netwerk, waarin je bijvoorbeeld een herinnering, een geleerd feit of een overtuiging vastlegt. Zo’n neuraal netwerk ontstaat al in de baarmoeder, waar foetussen al in staat zijn om de stemmen van de ouders te herkennen. Hoe sterker de verbinding en hoe groter het netwerk, des te steviger de informatie wordt verankerd in je geheugen en des te makkelijker je het kan oproepen. De verbinding kan ook zwakker worden en zelfs helemaal verdwijnen, bijvoorbeeld wanneer je de informatie weer vergeet.

Maar wat zorgt er nu voor dat je door die neurale netwerken (het filmdoek) in staat bent om gevoelens, sensaties, verwachtingen en dromen te ervaren (de film)?

Het mysterieuze bewustzijn

Een groeiende groep wetenschappers denkt daarop een antwoord gevonden te hebben: dat is je bewustzijn. Alleen het probleem is dat nog niemand exact kan vertellen wat bewustzijn is. Raadpleeg alleen maar de Wikipediapagina over bewustzijn en je ziet hoeveel pogingen er inmiddels zijn gedaan om het fenomeen te verklaren. De controverse gaat voornamelijk over het feit dat bewustzijn lastig wetenschappelijk te bewijzen is: het is niet kwantificeerbaar, meetbaar of reproduceerbaar. Om niet te blijven hangen in oeverloze discussies over wat het is, is zijn er meerdere, vooral intuïtieve definities van bewustzijn geformuleerd die in diverse wetenschappelijke disciplines ingeburgerd zijn als een noodgedwongen consensus waar soms schoorvoetend mee wordt gewerkt. Wikipedia hanteert de definitie zoals opgenomen in het bijna vijfhonderd pagina’s tellende Psychology of Consciousness (G. William Farthing) uit 1991:

Bewustzijn is het vermogen om te kunnen ervaren of waarnemen, oftewel een beleving of besef te hebben van jezelf en de omgeving. Het is een reflectie op indrukken uit de buitenwereld, bijvoorbeeld van mensen, voorwerpen of licht, en uit de binnenwereld, bijvoorbeeld van emoties, gedachten of behoeften. Het bewustzijn is weten of ervaren wat er zowel zintuiglijk als cognitief in jezelf omgaat, met eventueel de mogelijkheid om daarover op een bepaalde manier te kunnen communiceren.”

De essentiële eigenschappen van het bewustzijn zijn volgens Farthing “waarneming, waakzaamheid, ervaring, geestesgesteldheid, arousal (prikkeling, opwinding), gevoel, subject, subjectiviteit, alertheid, intentionaliteit, beseffen, geheugen, geweten, weten en begrijpen.

Verschillende visies op bewustzijn

Bewustzijn is volgends de Wikipedia-definitie puur subjectief. De Amerikaanse filosoof Daniel Dennett is echter van mening dat het bewustzijn alleen materialistisch (alles is materie) en reductionistisch (alles kan teruggebracht worden tot de essentie, bijvoorbeeld tot atomen en moleculen) verklaard kan worden. Volgens hem komt je bewustzijn uit niets anders voort dan je hersenmaterie, en is het slechts een illusie dat de subjectieve, zuiver persoonlijke ervaring van je bewustzijn verschillend is van de bewustzijnservaring van iemand anders. Je ervaringen zijn dus niets meer dan de werking van de zenuwcellen in je hersenen, en de enige helderheid op de kwestie zou dus gegeven kunnen worden door de exacte natuurwetenschappen.

Maar ook daar stuitten we op mysterieuze verschijnselen, vooral in de kwantumfysica. Eerst kwam de ontdekking dat de fysieke, materialistische werkelijkheid die je om je heen waarneemt eigenlijk minder fysiek is als aangenomen: alles in die werkelijkheid bestaat uit losse minuscule deeltjes die je alleen in je ervaring waarneemt als vaste materie. En vervolgens werd duidelijk dat je als waarnemer zelfs in staat bent te beïnvloeden wat je waarneemt als gevolg van het waarnemingsproces. Het lijkt dus alsof je bewustzijn in staat is je werkelijkheidservaringen te sturen. Dat leidde tot vragen als wat die werkelijkheid nou eigenlijk is: is het iets dat ‘daar buiten’ bestaat en dat wij allemaal op dezelfde manier objectief kunnen waarnemen, of komt het tot stand in je bewustzijn en is ‘de werkelijkheid’ vooral iets subjectiefs? Of, in andere woorden: is die boom daar verderop nog steeds een boom wanneer je er niet naar kijkt?

De Nederlandse cardioloog Pim van Lommel gaat nóg een stapje verder. Door zijn onmetelijke ervaring met BDE’s (Bijna Dood Ervaringen) kan hij bijna niet anders dan tot de conclusie komen dat bewustzijn niet in je hoofd zit maar non-lokaal is in de vorm van onvernietigbare en niet direct waarneembare elektromagnetische golven die continu in en om je lichaam aanwezig zijn. Je lichaam fungeert zo als een signaalopvangstation dat die golven decodeert tot wat je via je zintuigen ontvangt, zoals beelden, geluiden, geuren, smaken en gevoelssensaties. Je hersenen hebben dus  geen producerende, maar een faciliterende functie voor het bewustzijn; het maakt het ervaren van bewustzijn mogelijk.
Maar ook in deze opvatting blijft waarneming subjectief. Met al die unieke persoonlijke ervaringen die je hebt opgeslagen in je neurale netwerken kan je niet anders dan ook het non-lokale bewustzijn op je eigen, subjectieve manier waarnemen en interpreteren. ‘De werkelijkheid’ blijft op deze manier nog steeds zo subjectief als maar zijn kan.

 De ‘gelukkigheid’ van geluk

Het feit dat alles subjectief is, is voor sommige filosofen hét belangrijkste argument voor het feit dat we de werkelijkheid in en om ons heen niet op kwantitatieve, natuurwetenschappelijke wijze zouden moeten verklaren, maar met behulp van een kwalitatieve component, namelijk met ‘qualia‘.
Qualia – logischerwijs afgeleid van quanta – zijn de zuiver subjectieve, kwalitatieve eigenschappen van onze ervaring. Qualia zijn alleen bereikbaar via zelfonderzoek en uitsluitend te beoordelen door degene die ze ervaart. Omdat alles wat je ervaart in de werkelijkheid in en om je heen via je zintuigen binnenkomt, zijn qualia als het ware de lijm tussen je zintuigen, ze plakken alle sensorische input aan elkaar tot één totaalervaring. Wanneer je een hap neemt van een broodje dan ruik je het brood, je voelt de structuur ervan, je hoort de korst kraken terwijl je bijt, je ziet de kleur en de vorm en je proeft de smaak ervan. Alles bij elkaar genomen vormt dat je persoonlijke, subjectieve ervaring van dat broodje. In andere woorden: qualia zijn de bouwstenen van jouw werkelijkheid, en alleen jouw werkelijkheid, want ik kan nooit jouw persoonlijke ervaring via mijn zintuigen in mijn eigen lichaam ervaren.

‘Geluk’ is ook een mooi voorbeeld van een quale (enkelvoud); het gaat dan om jouw persoonlijke ervaring van de ‘gelukkigheid’ van geluk. Of de zachtheid van zacht, de ‘roodheid’ van de kleur rood of de ‘koudheid’ van kou. Je persoonlijke qualia-ervaringen sla je op als herinneringen, als tastbare neurale netwerken in je brein, maar niet aanwijsbaar, kwantificeerbaar of reproduceerbaar. Die specifieke ervaringen kun je ook niet delen, want wanneer je het in woorden tracht te vangen is dat natuurlijk niet de ervaring zelf.

Qualia: de werkelijkheid eindelijk verklaard?

In een materialistisch wetenschappelijk klimaat waarin alles meetbaar en objectief zou moeten zijn, lijken qualia een vreemde eend in de bijt. Je zou zeggen dat je er wetenschappelijk dan ook weinig mee kan, maar daar denken de schrijver Deepak Chopra, natuurkundige Menas Kafatos en neuroloog Rudolph E. Tanzi anders over. Door het in een groter wetenschappelijk kader te plaatsen, geven zij aan dat qualia eigenlijk een logische vervolgstap zijn in de ontwikkeling van de wetenschap. In de wetenschappelijke literatuur vind je volgens hen namelijk een gemeenschappelijk patroon die door voortschrijdend inzicht steeds meer verschuift van materieel naar energie, en vervolgens naar mentaal: van quarks via quanta naar qualia. Dit patroon beschrijft als het ware de geschiedenis van de wetenschap: het tweede element, quanta (zoals in kwantummechanica) sloeg de brug tussen twee initieel onverenigbare uitersten, namelijk materie en energie. Quarks, het eerste element, worden in de kwantumtheorie beschouwd als de bouwstenen van een atoomkern, dus als dat wat materie vormt. Daarmee komen ze nog voor quanta, die zowel materie als energie kunnen zijn (de bekende dualiteit van deeltjes en golven).

Met qualia als derde element, zo denken Chopra, Kafatos en Tanzi, zou de jarenlange worsteling in de kwantumtheorie met de constatering dat de waarnemer het waargenomene beïnvloedt in één klap verklaard worden: “Wij stellen een drie-in-één-model voor dat de waarnemer, het waargenomene en het proces van waarnemen op een natuurlijke manier verenigt, namelijk in onze eigen ervaring.” Het zal volgens hen moeilijk te accepteren zijn voor de materialisten onder de wetenschappers  – de voorkeursterm is overigens fysicalisten – “…maar er is geen zonsondergang, wolk, berg, elektron of melkweg onafhankelijk van die eenheid van waarnemer, waargenomene en het waarnemingsproces.” Dat wordt overigens, zeggen ze, zelfs door de meest bekende fysicalist Stephen Hawking beaamd in zijn boek Grand Design, waarin Hawking beweert dat de wetenschap nooit ‘de werkelijkheid’ kan beschrijven met een ‘theorie over alles’, omdat iedereen vanuit zijn eigen ervaring een theorie over die werkelijkheid formuleert. Al die verschillende theorieën zijn per definitie allemaal niet discutabel omdat jij altijd iets anders ervaart dan ik.

Kunnen we daarmee concluderen dat door de toevoeging van qualia je pas echt inzicht krijgt in wat ‘de werkelijkheid’ werkelijk is? Is die werkelijkheid niets meer dan dat wat ervaren wordt in ons eigen, subjectieve brein – ongeacht of ons bewustzijn nou lokaal of non-lokaal is?

7,5 miljard verschillende werkelijkheden

Als het inderdaad waar is wat Chopra, Kafatos en Tanzi zeggen – en we hebben nu uiteraard geen enkele reden meer om dat in twijfel te trekken – hebben qualia de potentie om alle wetenschappelijke schermutselingen over objectiviteit en subjectiviteit in één grote armzwaai van tafel te vegen. Discussies over ‘de werkelijkheid’ en ‘bewustzijn’ zijn daarmee non-discussies geworden. Want alles wat jij waarneemt via jouw zintuigen in jouw hersenen zijn puur kwalitatieve en persoonlijke ervaringen die samen je bewustzijn vormen. Die waarnemingen zijn per definitie ‘waar’ in jouw ervaring, en daar valt niet over te twisten. Je kunt het me hoogstens proberen uit te leggen, met behulp van alles wat je hebt vastgelegd in die neurale netwerken van je brein, maar ik zal nooit jouw ervaring ervaren. Hoogstens jouw verhaal van je ervaring.

En nu wordt het pas echt interessant…

Er leven dus zo’n 7,5 miljard mensen op onze planeet in hun eigen wereld, in een werkelijkheid die door elk van ons op een unieke, persoonlijke wijze wordt ervaren, herinnerd en verwoord. Dat zijn 7,5 miljard bijzondere verhalen die we met elkaar kunnen delen, in de prettige wetenschap dat jouw ervaring van ‘de werkelijkheid’ er net zo toe doet als die van mij, en dat deze niet meer of minder waar is.

Word je daar ook niet nieuwsgierig van?
Volgen
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *